Alle meldingen van incidenten op de weg worden samengebracht in het centrale verkeersbeheerssysteem en gevalideerd door de operatoren. Zij maken een eerste inschatting van de situatie. Vervolgens sturen zij de dynamische informatieborden en de rijstrooksignalisatie aan. Voor deze aansturing beschikken ze over diverse scenario's die ze aanvullen met de informatie uit de verschillende bronnen. Indien de situatie ernstig is, overleggen de operatoren en de dispatchers met de politiediensten. Ze beslissen dan samen welke maatregelen er genomen worden. Voorbeelden van zo'n maatregelen zijn plaatselijke omleidingen en omleidingen over langere afstand, zoals het verkeer van Lummen naar Gent via Brussel leiden in plaats van via Antwerpen. 1. Wie is wie binnen de cel operationeel verkeersbeheer? 2. Hoe weet het Verkeerscentrum wat er op de weg gebeurt? 3. Welke acties worden ondernomen wanneer het verkeer wordt gehinderd? 4. Hoe licht het Verkeerscentrum de weggebruikers in?
|